De Praktijk

  • uit·ge·la·ten (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
  • 1 zeer vrolijk
  • uit·la·ten (liet uit, heeft uitgelaten)
  • naar buiten laten gaan: iemand uitlaten tot aan de deur begeleiden
  • zich uitlaten, zich uiten

Met mijn praktijk combineer ik twee passies: het coachen van jongeren en (jong)volwassenen én buiten zijn in het bos.

Lekker buiten

Een gesprek met mij betekent: naar buiten. We gaan samen naar het bos of andere natuur. Het wandelen zorgt voor een ontspannen sfeer waardoor het gesprek makkelijker op gang komt. Mocht je nou echt niet van wandelen houden? Dan zoeken we samen een oplossing!